Katten laten pijn vaak veel minder duidelijk zien dan mensen verwachten. Ze zullen niet altijd miauwen, kreupel lopen of op een andere opvallende manier aangeven dat er iets mis is. Sommige katten worden juist stiller, slapen meer of trekken zich terug. Andere katten blijven eten, spinnen of contact zoeken, terwijl ze toch pijn of ongemak ervaren.
Juist doordat katten hun pijn zo goed kunnen verbergen, kunnen kleine veranderingen heel belangrijk zijn. Misschien springt je kat niet meer op de vensterbank, laat hij zich minder graag aanraken of ziet zijn vacht er ineens onverzorgd uit. Los van elkaar lijken dit soms onschuldige veranderingen, maar samen kunnen ze vertellen dat je kat zich niet prettig voelt.
In het kort: pijn bij een kat herken je meestal aan veranderingen in gedrag, beweging, houding, gezichtsuitdrukking, eetlust en dagelijkse routines. Kijk daarbij vooral naar wat anders is dan normaal voor jouw kat.
In dit artikel lees je welke symptomen op pijn bij een kat kunnen wijzen, wat je thuis kunt observeren en wanneer het verstandig is om contact op te nemen met een dierenarts.

Katten zijn van nature meesters in het verbergen van zwakte. In de natuur zijn zij niet alleen jagers, maar kunnen zij zelf ook prooi zijn. Zichtbaar zwak of ziek gedrag maakt een dier kwetsbaar. Daarom proberen katten pijn en lichamelijk ongemak vaak zo lang mogelijk te verbergen.
Dat betekent niet dat een kat niets laat merken. De signalen zijn alleen meestal subtiel. In plaats van duidelijk te laten zien waar het pijn doet, past een kat zijn gedrag en dagelijkse routines aan.
Zo kan een kat met pijn:
Omdat deze veranderingen vaak langzaam ontstaan, raken eigenaren er soms ongemerkt aan gewend. Zeker bij een oude kat worden pijnsignalen regelmatig aangezien voor normale ouderdom. Maar ouder worden is op zichzelf geen ziekte. Minder bewegen, slechter eten of een veranderend karakter kunnen wel degelijk samenhangen met een behandelbare aandoening.
Er bestaat niet één symptoom waarmee je met zekerheid kunt vaststellen dat een kat pijn heeft. Sommige katten blijven ondanks pijn vriendelijk en sociaal, terwijl andere katten zich juist afzonderen of sneller uithalen.
Het belangrijkste is daarom niet alleen wat je kat doet, maar vooral wat er veranderd is ten opzichte van vroeger.
Stel jezelf bijvoorbeeld de volgende vragen:
Een enkele verandering betekent niet automatisch dat je kat pijn heeft. Wanneer meerdere signalen tegelijk aanwezig zijn of een verandering blijft aanhouden, is het verstandig om verder te laten kijken.
Een kat met pijn aan zijn gewrichten, rug of spieren springt vaak minder gemakkelijk. Soms stopt een kat helemaal met springen, maar meestal begint het subtieler.
Je kunt bijvoorbeeld merken dat je kat:
Vooral artrose komt veel voor bij oudere katten. Katten met artrose lopen lang niet altijd duidelijk kreupel. Ze passen hun bewegingen vaak geleidelijk aan, waardoor het kan lijken alsof ze gewoon wat rustiger worden.
Let niet alleen op kreupelheid, maar op het volledige bewegingspatroon van je kat. Een kat met pijn kan stijver lopen, kleinere passen maken of moeite hebben met opstaan na het slapen.
Sommige katten houden hun rug boller, bewegen voorzichtiger of belasten een poot minder. Andere katten spelen minder lang of stoppen eerder tijdens het rennen.
Een kort filmpje van je kat tijdens het lopen, traplopen of springen kan waardevol zijn. Thuis bewegen katten vaak natuurlijker dan in een dierenartspraktijk. Door regelmatig een filmpje te maken, kun je veranderingen bovendien beter vergelijken.
Veel katten slapen van nature een groot deel van de dag. Toch kan een duidelijke verandering in slaapgedrag een teken van pijn of ziekte zijn.
Een kat met pijn kan:
Terugtrekken betekent niet altijd dat een kat pijn heeft. Ook angst, stress of ziekte kunnen dit gedrag veroorzaken. Wanneer je sociale kat plotseling vaker alleen ligt, verdient die verandering wel aandacht.
Een kat die normaal graag wordt geaaid, kan bij pijn aanraking ineens vermijden. Hij loopt weg, draait zich om, spant zijn lichaam aan of reageert geïrriteerd wanneer je een bepaalde plek aanraakt.
Sommige katten gaan blazen, grommen, krabben of bijten. Dit wordt soms gezien als een gedragsprobleem, terwijl de kat eigenlijk probeert te voorkomen dat een pijnlijke plek wordt aangeraakt.
Een plotselinge gedragsverandering of agressieve reactie is daarom altijd een reden om ook een lichamelijke oorzaak te laten uitsluiten.
Probeer een pijnlijke plek niet herhaaldelijk zelf te onderzoeken of stevig te voelen. Dat kan extra pijn en angst veroorzaken.
Pijn kan de eetlust verminderen. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij buikpijn, misselijkheid, gebitsproblemen of ernstige gewrichtspijn. Ook stress en andere ziekten kunnen ervoor zorgen dat een kat minder eet.
Let onder andere op:
Wanneer een kat helemaal niet eet, is het belangrijk om tijdig je eigen dierenarts te bellen. Katten kunnen bij langdurig niet eten ernstige gezondheidsproblemen ontwikkelen. Wacht daarom niet meerdere dagen af.

Een gezonde kat besteedt normaal veel tijd aan vachtverzorging. Pijn kan ervoor zorgen dat wassen te moeilijk, vermoeiend of oncomfortabel wordt.
Je kunt dan zien dat:
Bij artrose kunnen katten vooral moeite hebben om hun onderrug, achterpoten en het gebied rond de staart te bereiken.
Het omgekeerde komt ook voor. Een kat kan een pijnlijke of geïrriteerde plek juist overmatig likken, waardoor kale plekken of huidirritatie ontstaan.
Pijn kan invloed hebben op de manier waarop een kat de kattenbak gebruikt. Een hoge instap kan bijvoorbeeld lastig worden voor een kat met artrose. Ook hurken, graven of draaien in de bak kan pijnlijk zijn.
Mogelijke veranderingen zijn:
Onzindelijkheid is vrijwel nooit koppigheid of “stout gedrag”. Het kan wijzen op pijn, urinewegproblemen, nierziekte, stress, cognitieve achteruitgang of een kattenbak die niet meer goed toegankelijk is.
Meer hierover lees je in mijn artikel :Oude kat plast in huis: oorzaken en oplossingen.
Let op: probeert een kater herhaaldelijk te plassen maar komt er niets of vrijwel niets? Dan kan sprake zijn van een urinebuisverstopping. Dit is een levensbedreigend spoedgeval. Neem onmiddellijk contact op met een dierenarts.
De houding van een kat kan veel vertellen over zijn comfort. Een kat met pijn zit soms ineengedoken, houdt zijn poten dicht onder het lichaam en spant zijn spieren aan.
Let bijvoorbeeld op:
Een kat die comfortabel rust, oogt meestal los en ontspannen. Bij pijn lijkt het soms alsof een kat wel ligt of zit, maar nergens echt rust kan vinden.
Pijn kan ook zichtbaar worden in het gezicht van een kat. Hiervoor bestaat een wetenschappelijk ontwikkelde methode: de Feline Grimace Scale.
Bij mogelijke pijn kun je onder meer letten op:
Bekijk het gezicht altijd in combinatie met de rest van het gedrag. Een slapende, angstige of gestreste kat kan er tijdelijk anders uitzien zonder dat pijn de oorzaak is. Een pijnscore is een hulpmiddel en vervangt geen onderzoek door een dierenarts.
Niet iedere kat met pijn wordt stiller. Sommige katten worden juist rusteloos. Ze gaan telkens ergens anders liggen, staan snel weer op of lijken geen comfortabele houding te kunnen vinden.
Ook nachtelijke onrust, doelloos rondlopen of vaker miauwen kan op ongemak wijzen. Bij oudere katten kunnen daarnaast cognitieve veranderingen of lichamelijke aandoeningen een rol spelen.
Let vooral op gedrag dat nieuw is of steeds vaker voorkomt.
Pijn kan het gedrag en karakter van een kat zichtbaar veranderen. Een vriendelijke kat kan prikkelbaar worden, terwijl een onafhankelijke kat ineens voortdurend nabijheid zoekt.
Mogelijke veranderingen zijn:
Een karakterverandering is niet automatisch een gedragsprobleem. Laat zeker bij plotselinge veranderingen eerst onderzoeken of pijn of ziekte een rol speelt.
Sommige katten gaan bij pijn sneller of oppervlakkiger ademen. Ook kan een kat kreunen, grommen of vaker miauwen. Toch maken veel katten met pijn helemaal geen geluid.
Hijgen of ademen met een open bek is bij katten niet normaal. Ook duidelijke benauwdheid, een blauwe of zeer bleke tong, of een kat die zijn hals strekt om te kunnen ademen, vraagt om directe diergeneeskundige hulp.
Bij twijfel over de ademhaling kun je je kat rustig observeren zonder hem vast te pakken of extra stress te bezorgen.
Ja, een kat kan spinnen terwijl hij pijn, angst of stress ervaart. Spinnen betekent dus niet automatisch dat een kat zich goed voelt.
Katten spinnen meestal tijdens prettige momenten, maar soms ook wanneer zij zichzelf proberen te kalmeren. Kijk daarom altijd naar het totaalbeeld: houding, eetlust, beweging, gezichtsuitdrukking, contact en andere veranderingen.

Pijn kan veel verschillende oorzaken hebben. Bij oudere katten zie ik onder andere regelmatig:
Een pijnsignaal vertelt meestal niet precies wat de oorzaak is. Daarvoor kan lichamelijk onderzoek en soms aanvullend onderzoek nodig zijn.
Jij kent je kat het beste en ziet hem in zijn vertrouwde omgeving. Daardoor kun je veranderingen opmerken die tijdens een kort bezoek aan de dierenarts niet altijd zichtbaar zijn.
Het kan helpen om gedurende enkele dagen bij te houden:
Maak eventueel korte filmpjes van lopen, springen, eten of afwijkend gedrag. Probeer niet bewust een pijnlijke beweging uit te lokken. Observeer alleen wat je kat uit zichzelf doet.
Neem contact op met je eigen dierenarts wanneer je kat plotseling ander gedrag vertoont, vermoedelijk pijn heeft of meerdere pijnsignalen laat zien. Ook subtiele veranderingen kunnen belangrijk zijn, zeker wanneer ze aanhouden of erger worden.
Zoek direct diergeneeskundige hulp wanneer je kat:
Geef nooit op eigen initiatief pijnstillers voor mensen. Middelen zoals paracetamol en ibuprofen kunnen voor katten zeer giftig en zelfs dodelijk zijn. Geef alleen medicatie die specifiek door een dierenarts voor jouw kat is voorgeschreven.
In mijn werk als dierenarts zie ik regelmatig dat eigenaren wel aanvoelen dat hun kat veranderd is, maar niet precies kunnen aanwijzen wat er aan de hand is. Dat gevoel is waardevol. Juist bij katten zijn kleine veranderingen in bewegen, eten, slapen of contact soms de eerste aanwijzing dat er pijn of ongemak speelt.
Probeer daarom niet te wachten tot je kat heel duidelijk laat zien dat het niet goed gaat. Door veranderingen vroeg te bespreken, kan vaak worden onderzocht of behandeling, pijnstilling of een kleine aanpassing in huis verlichting geeft.
Twijfel je over de levenskwaliteit van je oudere kat, of vraag je je af wat nog helpend is in deze fase? Je mag altijd contact opnemen voor een consult aan huis. Samen kijken we naar wat jouw kat nu nodig heeft, en welke stappen passend zijn of dat nu behandelen, ondersteunen of uiteindelijk een waardig afscheid in haar eigen vertrouwde omgeving is.
Bij een oude kat ontstaat pijn vaak geleidelijk. Minder springen, meer slapen of een slechter verzorgde vacht kunnen daardoor ongemerkt onderdeel van het dagelijks leven worden.
Het is belangrijk om veranderingen niet automatisch aan ouderdom toe te schrijven. Veel oorzaken van pijn kunnen worden behandeld of verlicht. Denk bijvoorbeeld aan passende pijnstilling, aanpassingen in huis, een lage kattenbak, antislipmatten, opstapjes of ondersteuning bij eten en drinken.
Soms is volledig herstel niet meer mogelijk. Ook dan kan palliatieve zorg helpen om pijn, misselijkheid, angst en ander ongemak zoveel mogelijk te verminderen. Het doel is daarbij niet alleen langer leven, maar vooral zo comfortabel mogelijk leven.

Een kat hoeft niet volledig klachtenvrij te zijn om nog een goede kwaliteit van leven te ervaren. Veel katten kunnen met passende behandeling of ondersteuning nog genieten van eten, aandacht, rust en hun vertrouwde omgeving.
Het wordt zorgelijker wanneer pijn onvoldoende te verlichten is en steeds meer onderdelen van het dagelijks leven beïnvloedt. Denk aan een kat die nauwelijks nog comfortabel kan rusten, niet meer wil eten, zich voortdurend terugtrekt of niet meer zelfstandig naar de kattenbak kan.
Kijk daarbij niet alleen naar één moeilijk moment, maar naar de ontwikkeling over meerdere dagen of weken:
Wanneer je hierover twijfelt, kan het helpen om de levenskwaliteit samen met een dierenarts te beoordelen. Je hoeft zo’n moeilijke afweging niet alleen te maken.
Meer hierover lees je in mijn artikel Wanneer is het tijd om je kat te laten inslapen?.
Als dierenarts gespecialiseerd in palliatieve zorg en de laatste levensfase kijk ik niet alleen naar een diagnose. Ik kijk naar het totaalplaatje: pijn, mobiliteit, gedrag, rust, eetlust, dagelijkse routines en de momenten waarvan jouw kat nog geniet.
Tijdens een levenskwaliteitconsult aan huis kan ik je helpen om subtiele veranderingen en pijnsignalen beter in kaart te brengen. We bespreken welke behandeling, palliatieve ondersteuning of aanpassingen nog kunnen helpen en hoe je de ontwikkeling thuis kunt blijven volgen.
Het doel is niet om een beslissing voor je te nemen. Het doel is om je meer duidelijkheid, rust en vertrouwen te geven, zodat je keuzes kunt maken die passen bij jouw kat en jullie situatie.
Twijfel je of je kat pijn heeft of merk je dat zijn gedrag langzaam verandert? Neem dan gerust contact op. Samen kijken we rustig naar wat jouw kat op dit moment nodig heeft.
Pijn betekent niet automatisch dat het tijd is om afscheid te nemen. Veel katten kunnen met passende behandeling en ondersteuning nog een fijne en waardevolle periode hebben. Voor mij draait de beoordeling daarom nooit om één symptoom, één slechte dag of alleen de leeftijd van een kat.
Ik kijk naar het geheel. Kan je kat nog comfortabel rusten? Zijn pijn en misselijkheid voldoende onder controle? Zoekt hij nog contact en geniet hij nog van vertrouwde momenten? Maar ook: hoeveel moeite kost het dagelijkse leven en nemen de slechte momenten langzaam de overhand?
Je hoeft deze vragen niet alleen te beantwoorden. Tijdens een consult aan huis bekijken we samen de medische situatie, het gedrag en de dagelijkse levenskwaliteit van jouw kat. We bespreken wat nog verlichting kan geven en hoe je kunt herkennen wanneer ondersteuning niet meer voldoende is. Het doel is niet om een beslissing voor je te nemen, maar om je te helpen kiezen met meer rust en vertrouwen.
Als thuis ineens niet meer als thuis voelt…
Wanneer je afscheid hebt moeten nemen van je dier, kan je eigen huis ineens vreemd aanvoelen. De plek waar je je altijd zo fijn en vertrouwd voelde, is niet meer hetzelfde.
Want je dier was onderdeel van bijna alles wat je thuis deed. Het begroeten wanneer je binnenkwam, het geluid van pootjes op de vloer, samen op de bank zitten of die vertrouwde blik wanneer het etenstijd was.
Het waren kleine, dagelijkse momenten waar je nauwelijks bij stilstond. Tot ze er ineens niet meer zijn. Je mist niet alleen je dier, maar ook de gewoontes, de gezelligheid en zijn vanzelfsprekende aanwezigheid.
En juist thuis, waar al die herinneringen liggen, kan dat gemis in de eerste dagen overweldigend zijn.
Ik wilde alleen maar weg
Na het verlies van Takkie voelde ik een enorme drang om weg te gaan. Ik wilde het liefst de hele dag wandelen, gewoon niet thuis hoeven zijn.
Thuis werd ik voortdurend herinnerd aan zijn afwezigheid. Ik voelde me onrustig en wist soms niet goed wat ik met mezelf aan moest.
Achteraf denk ik dat ik vooral even niet wilde voelen hoeveel verdriet ik had.
En Beady? Die wilde juist nergens naartoe.
Beady, onze achtergebleven hond, reageerde heel anders op het verlies van Takkie.
Terwijl ik alleen maar wilde wandelen, wilde zij juist niet mee. Ze at nauwelijks, was lusteloos en gedroeg zich heel anders dan normaal. Ook zij miste haar maatje.
Het liet me zien hoe verschillend we met hetzelfde verlies omgingen. En dat we ook de dieren die achterblijven niet moeten vergeten.
Rouw voel je ook in je lichaam. Verdriet kan ook lichamelijk veel met je doen.
Misschien slaap je slecht, heb je weinig eetlust of voel je je voortdurend moe. Ook hoofdpijn, een onrustig gevoel en moeite met concentreren kunnen bij rouw voorkomen.
Dat kan best beangstigend zijn, zeker als je niet eerder zo’n groot verlies hebt meegemaakt. Het kan helpen om te weten dat dit reacties zijn die bij verdriet kunnen horen.
Je hoeft niet meteen weer verder. Iedereen reageert anders op verlies. Misschien wil je alleen maar huilen, misschien zoek je juist voortdurend afleiding. Of merk je dat je het ene moment redelijk functioneert en het volg
Tijdig praten over afscheid geeft ruimte om nog volop te leven💜
Het is niet makkelijk om na te denken over het moment waarop je afscheid moet nemen van je dier. Zeker niet als er ook nog zoveel fijne momenten zijn.
Toch kan het helpen om daar al eens over te praten, juist als het nog redelijk goed gaat.
Hoe gaat het écht met je lieveling? Zijn er dingen die ongemak of pijn veroorzaken? Wat kunnen we doen om het leven nog wat fijner te maken? En hoe herken je wanneer het misschien niet meer gaat?
Je hoeft niet meteen antwoorden te hebben. En praten over afscheid betekent ook niet dat je al een beslissing moet nemen.
Ik merk tijdens mijn consulten hoe fijn mensen het vinden om hun zorgen en twijfels te kunnen bespreken. Om samen te kijken naar wat hun dier nog nodig heeft, zonder dat er meteen iets besloten moet worden.
Want uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: dat onze liefste huisdieren het zo lang mogelijk goed hebben.
Liefs, Marloes
#MarloesZorgt #Levenskwaliteit #PalliatieveZorg #AfscheidVanJeHuisdier
Ouderdom is geen ziekte 💜
Oktober is de Maand van de Oudere Kat.
Minder springen, meer drinken, afvallen of ’s nachts onrustig zijn. We schrijven zulke veranderingen gemakkelijk toe aan ouderdom.
Maar achter deze signalen kan ook een aandoening schuilgaan waarvoor behandeling of ondersteuning mogelijk is.
Katten laten pijn en ongemak vaak subtiel zien. Daarom is het zo belangrijk om veranderingen in hun gedrag serieus te nemen.
Blader door de foto’s en ontdek welke signalen extra aandacht verdienen.
Want het gaat niet alleen om hoe oud je kat wordt, maar vooral om hoe fijn hij die jaren beleeft.
#MaandVanDeOudereKat #OudereKat #Kattenwelzijn #Levenskwaliteit #MarloesZorgt
Springt je kat minder? Denk aan artrose!
Springt je kat niet meer op de vensterbank, neemt hij de trap minder vaak of aarzelt hij voordat hij ergens op springt? Dat kan wijzen op artrose. Katten laten gewrichtspijn vaak subtiel zien en lopen lang niet altijd zichtbaar kreupel.
Gelukkig kunnen pijnstilling en kleine aanpassingen in huis veel verschil maken.
Valt je kat af, maar eet hij nog goed?: Denk aan hyperthyreoïdie of diabetes!
Gewichtsverlies hoort niet zomaar bij ouderdom. Zeker wanneer je kat goed of zelfs meer eet dan vroeger, is het belangrijk om verder te kijken. Een te snel werkende schildklier of diabetes kan bijvoorbeeld de oorzaak zijn. Met bloedonderzoek kunnen we vaak al veel duidelijkheid krijgen.
Miauwt je kat ‘s nachts vaker?: Denk aan cognitieve veranderingen, hypertensie of pijn!
Wordt je kat ‘s nachts onrustig, miauwt hij meer of lijkt hij soms de weg kwijt? Dat kan passen bij cognitieve achteruitgang, maar ook bij pijn, een te snel werkende schildklier of een hoge bloeddruk.
Schrijf dit gedrag dus niet zomaar toe aan ouderdom. Een lichamelijk onderzoek, bloeddrukmeting en eventueel aanvullend onderzoek kunnen helpen om behandelbare oorzaken op te sporen.
Drinkt en plast je kat meer?: Denk aan nierziekte, diabetes of hyperthyreoïdie!
Een oudere kat die ineens vaker bij de waterbak staat of grotere plassen produceert, verdient extra aandacht. Dit kan een vroeg signaal zijn van verschillende aandoeningen, waaronder chronische nierziekte.
Met bloed- en urineo
In een artikel van @brabants_dagblad van vandaag wordt aandacht besteed aan iets wat ik in mijn werk iedere dag zie: afscheid nemen van een huisdier wordt steeds persoonlijker.
Niet alleen de keuze voor een afscheid thuis, maar ook wat er daarna gebeurt. Nog even samen zijn. Zelf je dier naar het crematorium brengen. Aanwezig zijn bij de crematie. Een bijzondere plek kiezen voor de as. Of juist heel bewust besluiten dat je niets tastbaars nodig hebt. Er bestaat geen draaiboek voor een goed afscheid. Wat voor de één troostend voelt, past voor een ander helemaal niet.
In het artikel mocht ik iets vertellen over mijn werk met MarloesZorgt, over thuis euthanasie en over de begeleiding die ik bied wanneer mensen twijfelen over de levenskwaliteit van hun dier. Juist in die laatste levensfase probeer ik ruimte te maken voor rust, tijd en keuzes die passen bij het dier én bij de mensen die van hem of haar houden.
Mooi dat daar steeds meer aandacht voor komt 💜 en stiekem ook een beetje trots om mijn eigen naam in de krant te zien.
Vandaag is het Dierendag 💜
Een dag om alle dieren een beetje extra in het zonnetje te zetten. De jonge, de oude, de gezonde en de dieren die wat extra zorg en liefde nodig hebben.
Maar ook de dieren die we moeten missen. Die niet meer naast ons lopen, maar voor altijd een bijzonder plekje in ons hart hebben.
Ik wens alle dieren en hun baasjes een liefdevolle Dierendag. Geniet van elkaar, van de kleine momenten en van alle mooie herinneringen die jullie samen maken of hebben gemaakt.
Liefs,
Marloes 🐾
Wie ben ik om verdriet te hebben om mijn hond?
Gisteren zat ik tijdens een bijscholing over rouw en verlies tussen een groep psychosociale hulpverleners.
We kregen de opdracht om een recent verlies met elkaar te delen.
Om mij heen hoorde ik verhalen over het verlies van een zus. Van een kind. Verliezen waarvan ik onmiddellijk dacht: dát is pas rouwen.
En ik?
Ik zou over Takkie vertellen.
Mijn hond.
Ik voelde de spanning oplopen. Ik voelde me bijna bezwaard om mijn verdriet over hem mee te nemen in die ruimte.
Alsof mijn verdriet minder bestaansrecht had, omdat iemand anders iets had meegemaakt wat in mijn ogen veel erger was.
Op een gegeven moment zat ik met tranen in mijn ogen. Natuurlijk omdat ik Takkie miste, maar vooral door de spanning om erover te moeten vertellen.
En toen realiseerde ik me iets.
Ik vertel in mijn werk regelmatig dat rouw om een huisdier echte rouw is. Dat je je niet hoeft te verantwoorden omdat het “maar een hond” of “maar een kat” was.
En toch deed ik gisteren precies dat bij mezelf.
Ik was zelfs opgelucht dat ik mijn verhaal niet hoefde te delen met de vrouw naast mij. Zij had haar kind verloren.
Wie was ik om naast haar verdrietig te zijn om mijn hond?
Misschien zijn die verliezen helemaal niet met elkaar te vergelijken. Maar misschien hoeven we dat ook niet te proberen.
Rouw is geen wedstrijd.
En ineens begreep ik nog beter waarom zoveel mensen hun verdriet om een huisdier kleiner maken. Soms omdat anderen het niet begrijpen, maar soms ook omdat we zélf al voor de ander invullen dat ons verdriet er minder toe doet.
Gisteren moest ik mezelf daarom hetzelfde vertellen als wat ik de mensen die ik begeleid zo vaak probeer mee te geven:
Rouw om een huisdier is echte rouw.
De band was echt. De liefde was echt. En dus is ook het gemis echt.
Dat betekent niet dat ieder verlies hetzelfde is. Dat hoeft ook helemaal niet.
Verdriet hoeft geen plaats op een ranglijst te verdienen voordat het er mag zijn.
Takkie was mijn hond.
En ik mis hem.
Dat is genoeg.