Een hond met suikerziekte hoeft meestal niet te worden ingeslapen. Met insuline, een vast voedingsritme en goede controles kunnen veel honden nog lange tijd prettig leven.
De diagnose suikerziekte kan in het begin best overweldigend zijn. Ineens draait een deel van de dag om vaste eetmomenten, insuline, controles en goed opletten hoe je hond zich voelt. Gelukkig vinden veel honden en hun eigenaren daar na verloop van tijd een prettig ritme in.
Toch kan er een moment komen waarop je begint te twijfelen. Is mijn hond nog comfortabel? Heeft hij nog voldoende goede dagen? En wanneer vraagt behandelen misschien meer van hem dan het nog oplevert?
In deze blog lees je wat suikerziekte voor een hond betekent, welke complicaties kunnen ontstaan en wanneer de prognose minder gunstig wordt. Ook kijken we naar kwaliteit van leven, de grenzen van verdere behandeling en wanneer je bij een hond met suikerziekte het inslapen gaat overwegen.

Suikerziekte, ook wel diabetes mellitus genoemd, ontstaat wanneer het lichaam van je hond onvoldoende insuline maakt of niet goed op insuline reageert. Insuline helpt glucose vanuit het bloed naar de lichaamscellen te brengen. Zonder voldoende werkzame insuline blijft er te veel glucose in het bloed, terwijl de cellen juist te weinig energie krijgen. Het lichaam gaat dan vet en spieren aanspreken. Daarom kan een hond afvallen terwijl hij goed of zelfs meer dan normaal eet.
De diagnose kan schrikken zijn. Toch zegt suikerziekte op zichzelf nog weinig over hoe lang of hoe prettig je hond kan leven. Veel hangt af van de reactie op insuline, bijkomende aandoeningen en de mogelijkheid om thuis een regelmatig behandelritme vol te houden.
De eerste veranderingen zijn soms subtiel. Je vult de waterbak vaker bij, je hond moet vaker naar buiten of er gebeuren ineens ongelukjes in huis. Tegelijk kan je hond gewicht verliezen, ondanks een goede eetlust. Dit zijn belangrijke signalen, zeker als ze samen voorkomen.
Veelvoorkomende verschijnselen van suikerziekte bij een hond zijn:
Bij honden ontstaat staar door diabetes vaak relatief snel. De ooglens wordt troebel, waardoor het zicht vermindert en een hond uiteindelijk blind kan worden. Dat is ingrijpend, maar blindheid betekent niet automatisch dat een hond geen goede levenskwaliteit meer kan hebben. Veel honden passen zich met hulp en een voorspelbare omgeving goed aan. Pijn, angst, bijkomende oogproblemen en het totale functioneren wegen zwaarder dan het verlies van zicht alleen.
Wordt je hond plotseling erg sloom, wil hij niet eten, braakt hij, wankelt hij of stort hij in? Neem dan meteen contact op met een dierenarts. Zulke klachten kunnen passen bij een ernstige ontregeling die snel behandeld moet worden.
De dierenarts kijkt eerst naar het verhaal en onderzoekt je hond. Veel drinken, veel plassen en gewichtsverlies passen bij diabetes, maar kunnen ook door andere aandoeningen worden veroorzaakt. Daarom is aanvullend onderzoek nodig.
Bij een hond met diabetes is de hoeveelheid glucose in het bloed aanhoudend verhoogd en wordt glucose via de urine uitgescheiden. De dierenarts onderzoekt daarom meestal zowel bloed als urine. Soms wordt ook fructosamine bepaald. Deze waarde geeft een indruk van de gemiddelde bloedsuiker over een langere periode en kan helpen om een eenmalige meting beter te interpreteren.
Daarnaast kan de dierenarts controleren op urineweginfecties, alvleesklierontsteking, hormonale ziekten en andere problemen die de diabetes kunnen veroorzaken of moeilijker behandelbaar maken. Die brede beoordeling is belangrijk. Een bloedsuikerwaarde vertelt namelijk niet in zijn eentje hoe je hond zich voelt of waarom de behandeling nog onvoldoende werkt.

De behandeling van diabetes bij een hond vraagt regelmaat. De meeste honden hebben levenslang insuline nodig. Voeding, beweging, controles en het tijdstip van de injecties worden zo goed mogelijk op elkaar afgestemd. In het begin kan dat overweldigend voelen. Veel eigenaren merken echter dat de handelingen na enige tijd onderdeel worden van een vertrouwde dagelijkse routine.
Het doel is niet om iedere glucosewaarde voortdurend normaal te maken. Het belangrijkste is dat klachten zoals veel drinken, veel plassen en gewichtsverlies afnemen, dat je hond een passend gewicht behoudt en dat een gevaarlijk lage bloedsuiker wordt voorkomen.
Insuline wordt meestal onder de huid toegediend. De dierenarts laat zien hoe je de juiste spuit gebruikt, hoe je de insuline bewaart en hoe je veilig injecteert. Verander de hoeveelheid insuline nooit op eigen initiatief. Een te hoge dosis kan een hypo veroorzaken, terwijl een te lage dosis de klachten onvoldoende onder controle brengt.
Een vast voedingsritme helpt om de werking van eten en insuline beter op elkaar af te stemmen. De soort voeding en het aantal eetmomenten worden gekozen op basis van de gezondheid, het gewicht en het behandelplan van je hond. Ook beweging blijft belangrijk, maar liefst op een redelijk voorspelbare manier. Een plotseling veel langere of zwaardere activiteit kan invloed hebben op de bloedsuiker.
Soms eet een hond een maaltijd niet of maar gedeeltelijk op. Volg dan het persoonlijke noodplan dat je met de dierenarts hebt besproken en bel bij twijfel voordat je insuline geeft. De juiste aanpak hangt af van de gebruikte insuline, de gemeten glucose en de toestand van je hond.
De reactie op insuline verschilt per hond en kan in de loop van de tijd veranderen. Daarom kijkt de dierenarts naar een combinatie van gegevens: hoeveel je hond drinkt en plast, de eetlust, het lichaamsgewicht, glucosemetingen en eventuele andere klachten.
Voor glucosemetingen kan een bloedglucosecurve worden gemaakt. Daarbij wordt op meerdere momenten gemeten hoe de bloedsuiker na voeding en insuline verandert. Soms wordt een continue glucosemeter gebruikt die meerdere dagen achter elkaar waarden verzamelt. Een losse glucosemeting geeft soms te weinig informatie om een dosis veilig te verhogen.
Houd thuis bij hoeveel je hond ongeveer drinkt en eet, hoe vaak hij plast, welke dosis insuline is gegeven en hoe zijn energie en gewicht veranderen. Zo worden patronen eerder zichtbaar. Blijft je hond veel drinken en plassen, valt hij af of raakt hij herhaaldelijk ontregeld, dan moet de dierenarts opnieuw beoordelen wat er speelt.
Bij moeilijk instelbare diabetes heeft een hond niet altijd simpelweg meer insuline nodig. De oorzaak kan ook liggen bij de toediening, de bewaartemperatuur van de insuline, het voedingsritme of een bijkomende ziekte. Te snel verhogen kan juist tot hypoglykemie leiden. Zorgvuldige metingen en kleine, gecontroleerde aanpassingen zijn daarom veiliger.
De vraag wanneer je een hond met suikerziekte laat inslapen, heeft geen antwoord dat voor iedere hond hetzelfde is. Eén hoge glucosewaarde, een periode van slecht eten of een acute opname betekent niet automatisch dat afscheid nodig is. De dierenarts kijkt naar de oorzaak, de kans op herstel, de belasting van verdere zorg en vooral naar het dagelijks welzijn van je hond.
Twijfelen betekent niet dat je jouw hond opgeeft. Je probeert juist eerlijk te begrijpen of behandeling nog voldoende goede tijd oplevert. Dat is een zorgvuldige en liefdevolle vraag.

Een hond kan acuut ontregeld raken door te veel of te weinig insuline, een verandering in eten of bewegen, een infectie of een andere ziekte. Sommige situaties zien er ernstig uit, maar kunnen na snelle behandeling nog goed herstellen. Laat plotselinge veranderingen daarom altijd direct beoordelen.
Een hypo betekent dat de bloedsuiker te laag wordt. Je hond kan hongerig of onrustig lijken, trillen, zwak of wankel worden of wat anders reageren dan normaal. Bij een ernstigere hypo kunnen ook een aanval of bewusteloosheid optreden.
Wanneer je hond nog bij bewustzijn is, kan het helpen om iets te laten eten of een kleine hoeveelheid honing of glucosestroop op het mondslijmvlies te smeren. Vaak zie je dan vrij snel verbetering. Neem daarna wel contact op met de dierenarts om te bespreken wat er is gebeurd en of de insulinedosering of het behandelplan moet worden aangepast. Het is belangrijk om, waar mogelijk, te achterhalen waardoor de hypo is ontstaan.
Bij ernstige sufheid, een aanval of bewusteloosheid is snelle veterinaire beoordeling wel nodig. Giet dan geen vloeistof in de bek vanwege het risico op verslikken.
Een ernstigere ontregeling bij suikerziekte is diabetische ketoacidose, vaak afgekort tot DKA. Daarbij raakt het lichaam door een tekort aan insuline zo uit balans dat een hond echt ziek kan worden.
Je hond kan bijvoorbeeld stoppen met eten, gaan braken, erg sloom of slap worden en uitdrogen. Soms verandert ook de ademhaling. In zo’n situatie is behandeling door een dierenarts nodig.
DKA is vaak niet iets wat met een korte behandeling in de eerste lijn opgelost is. Veel honden hebben een langere opname nodig, soms in een dierenziekenhuis of bij een kliniek waar intensieve bewaking mogelijk is. Daar kunnen vocht, insuline en andere afwijkingen stap voor stap worden gecorrigeerd en kan goed worden gevolgd hoe je hond reageert.
DKA is ernstig, maar betekent niet automatisch dat inslapen nodig is. Sommige honden herstellen goed met intensieve behandeling. Hoe de vooruitzichten zijn, hangt vooral af van hoe ziek je hond is, hoe hij op de behandeling reageert en of er nog andere aandoeningen meespelen.
Als dierenarts kijk ik bij een hond met suikerziekte nooit alleen naar de bloedsuikerwaarden. Een waarde kan te hoog of te laag zijn, terwijl een hond zich op dat moment nog redelijk voelt. Andersom kunnen de meetwaarden verbeteren, maar kan een hond door misselijkheid, spierverlies, andere ziekten of terugkerende opnames toch steeds minder levenskwaliteit ervaren.
Voor mij is daarom vooral belangrijk wat de behandeling je hond daadwerkelijk oplevert. Kan hij tussen moeilijke momenten door nog herstellen? Eet hij met plezier, zoekt hij contact en kan hij ontspannen slapen? Of kost iedere nieuwe behandeling hem steeds meer, terwijl de periodes waarin hij zich goed voelt korter worden?
Zolang behandeling een realistische kans geeft op comfortabel herstel, kan doorgaan heel waardevol zijn. Wanneer ernstige ontregelingen blijven terugkomen en je hond ondanks alle zorg niet meer tot rust komt, mag ook worden besproken of afscheid nemen hem verder lijden kan besparen. Die afweging maak je niet op basis van één bloedsuikerwaarde, maar op basis van je hond als geheel.
Neem gerust contact met me op voor een thuisvisite.
Soms blijft de bloedsuiker moeilijk te reguleren ondanks zorgvuldige behandeling. De klachten keren steeds terug, je hond verliest gewicht of moet herhaaldelijk worden opgenomen. Dan onderzoekt de dierenarts of er een verklaring is voor de onvoldoende werking van insuline.
Problemen die behandeling moeilijker kunnen maken zijn onder andere:
Ook de combinatie van verschillende ziekten is belangrijk. Een hond kan misschien van één complicatie herstellen, maar veel minder reserve hebben wanneer diabetes samengaat met ernstige hart-, nier- of alvleesklierproblemen. Een slechte prognose bij diabetes van een hond wordt daarom nooit alleen op de hoogte van de bloedsuiker gebaseerd.
Kwaliteit van leven gaat over de hele dag van je hond. Een hond hoeft niet volledig klachtenvrij te zijn om nog een fijn leven te hebben. Het gaat erom of comfort, contact en plezier voldoende aanwezig blijven en of moeilijke momenten met behandeling goed te verlichten zijn.
Kijk regelmatig naar concrete vragen:
Een dagboek kan helpen. Noteer goede en slechte dagen, eetlust, misselijkheid, energie, beweging, rust en contact. Daardoor zie je beter of er sprake is van een tijdelijke dip of van een duidelijke neerwaartse lijn.
De dierenarts helpt beoordelen of stabilisatie nog haalbaar is, welke behandeling nog mogelijk is en hoeveel belasting die behandeling geeft. Vraag ook welke levenskwaliteit na herstel realistisch is. Soms is een intensieve behandeling zwaar, maar is er een goede kans op comfortabel herstel. In een andere situatie is de kans klein en volgen waarschijnlijk opnieuw pijnlijke of angstige crises. Dat verschil is belangrijk voor een humane keuze.

Voordat je euthanasie overweegt, is het zinvol om samen na te gaan of er nog een aanwijsbare en behandelbare oorzaak is voor de achteruitgang. Dat betekent niet dat alles wat medisch mogelijk is ook moet. Het helpt wel om te weten welke keuzes er zijn, wat ze van je hond vragen en welk resultaat redelijkerwijs verwacht kan worden.
De dierenarts kan controleren of het type insuline, de dosering en het tijdstip nog passen. Ook wordt gekeken of de injectietechniek en gebruikte spuiten correct zijn en of de insuline goed wordt bewaard. Dit zijn praktische details, maar ze kunnen veel invloed hebben.
Andere mogelijkheden zijn:
Het doel blijft een hond die zich thuis merkbaar beter voelt. Mooie meetwaarden zijn niet genoeg wanneer je hond toch misselijk, uitgeput of ongelukkig blijft. Andersom hoeft een incidenteel hoge waarde niet te betekenen dat de behandeling faalt als de klachten goed onder controle zijn en het gewicht stabiel blijft.
Behandeling kan haar grens bereiken wanneer ernstige ontregelingen blijven terugkomen, bijkomende ziekten niet meer te verlichten zijn of je hond tussen behandelingen door nauwelijks herstelt. Ook een behandeling die technisch nog mogelijk is, kan te belastend worden als de kans op betekenisvolle verbetering heel klein is.
Let vooral op het totaalbeeld. Moet je hond steeds opnieuw met spoed worden opgenomen? Blijft hij misselijk of uitgeput? Lukt eten nauwelijks, neemt de spierkracht af en verdwijnen de momenten waarop hij zichtbaar geniet? Is de dagelijkse behandeling een bron van aanhoudende paniek en is er geen werkbaar alternatief? Dan is het eerlijk om met de dierenarts te bespreken of doorgaan nog bescherming biedt of vooral nieuwe belasting veroorzaakt.
Er bestaat geen verplichting om iedere behandeling uit te proberen. Leeftijd, andere ziekten, herstelkans en de draagkracht thuis mogen worden meegewogen. Dat is niet hetzelfde als kiezen uit gemak. Goede zorg betekent ook grenzen herkennen wanneer verdere behandeling je hond waarschijnlijk geen comfortabel leven teruggeeft.
Een gesprek over euthanasie mag plaatsvinden voordat er een crisis ontstaat. Juist op een redelijk rustige dag kun je helderder bespreken welke veranderingen belangrijk zijn, welke noodsituaties kunnen optreden en waar voor jou de grens ligt. Zo hoef je niet alle vragen te beantwoorden op een moment waarop angst en tijdsdruk overheersen.
Schrijf je vragen vooraf op en vraag om duidelijke, concrete antwoorden. Mogelijke vragen zijn:
Vraag zo nodig om een tweede gesprek of een beoordeling van de levenskwaliteit aan huis. Je hoeft tijdens één afspraak niet alles te onthouden of meteen een besluit te nemen, tenzij je hond acuut en onbehandelbaar lijdt.
Een gesprek met de behandelend dierenarts geeft vooral duidelijkheid over de medische mogelijkheden en prognose. Toch blijft daarna soms de moeilijkste vraag over: wat betekent dit alles voor het dagelijks leven en welzijn van mijn hond?
Als palliatief dierenarts neem ik de behandeling van de diabetes niet over. Wel kan ik naast je eigen dierenarts helpen om de medische informatie, het gedrag van je hond en zijn kwaliteit van leven samen te brengen. Zo ontstaat er vaak meer overzicht in wat nog passend voelt en waar voor jullie de grens ligt.
Twijfel je ondanks alle medische informatie nog over doorgaan met behandelen of afscheid nemen? Een levenskwaliteitsconsult kan helpen om die afweging in alle rust te maken.
De zorg voor een hond met diabetes kan veel vragen van het dagelijks leven. Insuline moet op vaste momenten worden gegeven, eten en beweging vragen planning en controles kunnen regelmatig terugkomen. Daardoor kunnen werk, sociale afspraken, vakantie en spontaan een dag weg lastiger worden.
Ook emotioneel kan het zwaar zijn. Sommige eigenaren worden onzeker over elke maaltijd of meting, zijn bang voor een hypo of voelen voortdurend verantwoordelijkheid om het goed te doen. Zeker wanneer de diabetes moeilijk instelbaar is of er meerdere crisismomenten zijn geweest, kan die spanning behoorlijk oplopen.
Het is belangrijk om daar eerlijk over te praten. Jouw draagkracht doet ertoe, juist omdat de behandeling alleen goed kan werken als die thuis ook haalbaar blijft. Als de dagelijkse zorg structureel niet meer vol te houden is en dat ten koste gaat van het welzijn van je hond én van jou, mag ook dat meewegen in de beslissing. Soms kan extra ondersteuning of een eenvoudiger behandelplan helpen. Maar als goede en veilige zorg niet meer haalbaar is en je hond daardoor steeds meer ongemak of ontregeling ervaart, kan euthanasie juist een liefdevolle keuze zijn.
Veel mensen zijn bang dat ze te vroeg kiezen, of juist te lang wachten. Volledige zekerheid is er bijna nooit. Vaak ontstaat er gaandeweg meer duidelijkheid door te kijken naar wat de dierenarts verwacht, hoe je hond zich van dag tot dag voelt en wat jij zelf aan veranderingen bij hem ziet.
Ook opluchting na euthanasie mag naast verdriet bestaan. Soms valt er na lange tijd van zorgen, waken en bang zijn voor een volgende crisis ineens veel spanning weg. Dat zegt niets over hoeveel je van je hond hield. Juist als je lange tijd intensief voor hem hebt gezorgd, kunnen verdriet en opluchting heel natuurlijk naast elkaar bestaan.
Wanneer jij en de dierenarts besluiten dat inslapen de meest humane keuze is, kan het helpen om vooraf te weten wat er gebeurt. Een euthanasie wordt zorgvuldig voorbereid en is erop gericht dat je hond zonder angst en pijn kan overlijden. De precieze werkwijze verschilt per dierenarts en per medische situatie.

Vraag vooraf hoe de euthanasie verloopt en of het afscheid thuis of in de praktijk kan plaatsvinden. Voor sommige honden geeft thuis rust, omdat zij in hun eigen mand of op een vertrouwde plek kunnen blijven. In een acute noodsituatie kan de praktijk of spoedkliniek de veiligste en snelste plek zijn.
Bedenk wie aanwezig wil zijn en wat voor jou belangrijk is. Misschien wil je een kleedje, favoriete knuffel of iets lekkers bij de hand hebben. Bespreek of je hond op de dag zelf nog mag eten en hoe je omgaat met de gebruikelijke insuline. Pas het schema nooit zelf aan; vraag de dierenarts om persoonlijke instructies.
Je kunt ook alvast nadenken over de zorg na het overlijden. Wil je crematie of begraven waar dat is toegestaan? Wil je een pootafdruk, een plukje vacht of tijd om thuis nog rustig afscheid te nemen? Vooraf kiezen kan op het moment zelf wat ruimte geven.
De dierenarts bespreekt eerst wat er gaat gebeuren en controleert of er nog vragen of wensen zijn. Vaak krijgt een hond eerst een injectie waardoor hij kalm en slaperig wordt. Hij zakt geleidelijk weg in een diepe slaap en merkt daarna niets meer van de volgende stappen.
Wanneer je hond diep slaapt, dient de dierenarts het euthanasiemiddel toe. Dit middel stopt eerst het bewustzijn en vervolgens de ademhaling en het hart. De dierenarts luistert daarna zorgvuldig naar het hart en bevestigt dat je hond is overleden.
Na het overlijden kunnen de ogen openblijven. Soms zie je een diepe zucht, een kleine spiertrekking of verlies van urine of ontlasting. Dat zijn lichamelijke reflexen en betekenen niet dat je hond nog pijn of bewustzijn ervaart.
Ik vind euthanasie aan huis waardevol omdat een hond dan in zijn eigen vertrouwde omgeving kan blijven. Geen autorit, geen wachtkamer en zo min mogelijk onbekende prikkels op een moment waarop een hond vaak al kwetsbaar, moe of angstig is.
In mijn werkwijze probeer ik daarom zoveel mogelijk stress weg te nemen. Ik neem de tijd, bouw het contact rustig op en stem mijn benadering af op wat een hond op dat moment aankan. Eerst zorg ik ervoor dat hij diep en ontspannen in slaap kan vallen. Pas wanneer ik zeker weet dat hij niets meer bewust ervaart, volgt de laatste stap.
Voor mij gaat een goede euthanasie niet alleen over het medische deel, maar ook over rust, voorspelbaarheid en ruimte voor het gezin. Je hoeft niets te haasten en er is tijd om afscheid te nemen op een manier die bij jullie past.
Wil je uitgebreider lezen hoe ik een euthanasie aan huis begeleid en welke keuzes er rondom het afscheid zijn? In mijn blog over het thuis inslapen van je hond leg ik mijn werkwijze stap voor stap uit.
Na een periode van zorgen kan de stilte groot zijn. De vaste tijden van eten, meten en insuline vallen ineens weg. Juist die dagelijkse routine maakte deel uit van jullie band. Het is daarom begrijpelijk wanneer het verlies niet alleen verdriet geeft, maar ook onrust, twijfel of een leeg gevoel.
Rouw verloopt niet volgens een vast schema. Je kunt je verdrietig voelen en tegelijk opgelucht zijn dat je hond niet meer hoeft te worstelen. Misschien blijf je terugdenken aan één beslissing of vraag je je af of je meer had moeten doen. Zulke gedachten zijn normaal en komen vaak voor na het afscheid.
Probeer de beslissing te bekijken met de informatie die je op dat moment had. Je koos niet voor het verlies van je hond. Je koos ervoor om verder lijden te voorkomen toen de mogelijkheden voor een prettig leven te klein werden. Dat kan een liefdevolle keuze zijn, ook wanneer ze ontzettend veel pijn doet.
Rouwen betekent niet alleen verdriet toelaten. Het gaat ook over langzaam wennen aan een dagelijks leven zonder je hond, terwijl de band en herinneringen een andere plek krijgen. Dat proces ziet er voor iedereen anders uit en hoeft niet volgens een vaste volgorde te verlopen.
Sommige dagen voelt het gemis scherp, op andere momenten kun je met warmte terugdenken. Beide zijn normaal. Ook gezinsleden en andere huisdieren kunnen anders reageren. Geef elkaar ruimte om op een eigen manier afscheid te nemen.

Praat met iemand die begrijpt hoeveel een huisdier kan betekenen. Dat kan een familielid, vriend of je eigen dierenarts zijn. Lotgenotencontact kan herkenning bieden, vooral wanneer mensen in je omgeving het verlies onderschatten.
Blijft schuldgevoel je dagelijks beheersen, lukt slapen of functioneren langere tijd nauwelijks of voel je je alleen met je verdriet, dan kan professionele begeleiding helpen. Een rouwbegeleider of psycholoog hoeft het gemis niet weg te nemen. Die kan wel helpen om de beslissing en de herinneringen een plaats te geven.
Een tastbare herinnering kan troost bieden. Denk aan een fotoalbum, pootafdruk, herinneringsdoos of een wandeling op een geliefde plek. Kies iets dat bij jou past. Er is geen juiste manier om een hond te missen.

Een hond met suikerziekte kan met passende behandeling vaak nog een fijn leven leiden. De diagnose is daarom geen reden om direct aan inslapen te denken. Wordt je hond plotseling ernstig ziek, laat hem dan met spoed beoordelen. Een hypo of diabetische ketoacidose kan levensbedreigend zijn, maar is soms nog goed behandelbaar.
De afweging verandert wanneer ernstige ontregelingen blijven terugkomen, bijkomende ziekten herstel steeds moeilijker maken en je hond ondanks behandeling zichtbaar comfort en plezier verliest. Kijk dan niet alleen naar bloedsuikerwaarden, maar ook naar eten, gewicht, rust, beweging, contact en de verhouding tussen goede en slechte dagen.
Bespreek je zorgen op tijd met de dierenarts. Samen kun je beoordelen welke verbetering nog haalbaar is en hoeveel de behandeling van je hond vraagt. Als een comfortabel leven niet meer realistisch is, kan euthanasie een humane keuze zijn. Niet omdat je de zorg opgeeft, maar omdat je jouw hond verdere angst, pijn of uitputting wilt besparen.
Als thuis ineens niet meer als thuis voelt…
Wanneer je afscheid hebt moeten nemen van je dier, kan je eigen huis ineens vreemd aanvoelen. De plek waar je je altijd zo fijn en vertrouwd voelde, is niet meer hetzelfde.
Want je dier was onderdeel van bijna alles wat je thuis deed. Het begroeten wanneer je binnenkwam, het geluid van pootjes op de vloer, samen op de bank zitten of die vertrouwde blik wanneer het etenstijd was.
Het waren kleine, dagelijkse momenten waar je nauwelijks bij stilstond. Tot ze er ineens niet meer zijn. Je mist niet alleen je dier, maar ook de gewoontes, de gezelligheid en zijn vanzelfsprekende aanwezigheid.
En juist thuis, waar al die herinneringen liggen, kan dat gemis in de eerste dagen overweldigend zijn.
Ik wilde alleen maar weg
Na het verlies van Takkie voelde ik een enorme drang om weg te gaan. Ik wilde het liefst de hele dag wandelen, gewoon niet thuis hoeven zijn.
Thuis werd ik voortdurend herinnerd aan zijn afwezigheid. Ik voelde me onrustig en wist soms niet goed wat ik met mezelf aan moest.
Achteraf denk ik dat ik vooral even niet wilde voelen hoeveel verdriet ik had.
En Beady? Die wilde juist nergens naartoe.
Beady, onze achtergebleven hond, reageerde heel anders op het verlies van Takkie.
Terwijl ik alleen maar wilde wandelen, wilde zij juist niet mee. Ze at nauwelijks, was lusteloos en gedroeg zich heel anders dan normaal. Ook zij miste haar maatje.
Het liet me zien hoe verschillend we met hetzelfde verlies omgingen. En dat we ook de dieren die achterblijven niet moeten vergeten.
Rouw voel je ook in je lichaam. Verdriet kan ook lichamelijk veel met je doen.
Misschien slaap je slecht, heb je weinig eetlust of voel je je voortdurend moe. Ook hoofdpijn, een onrustig gevoel en moeite met concentreren kunnen bij rouw voorkomen.
Dat kan best beangstigend zijn, zeker als je niet eerder zo’n groot verlies hebt meegemaakt. Het kan helpen om te weten dat dit reacties zijn die bij verdriet kunnen horen.
Je hoeft niet meteen weer verder. Iedereen reageert anders op verlies. Misschien wil je alleen maar huilen, misschien zoek je juist voortdurend afleiding. Of merk je dat je het ene moment redelijk functioneert en het volg
Tijdig praten over afscheid geeft ruimte om nog volop te leven💜
Het is niet makkelijk om na te denken over het moment waarop je afscheid moet nemen van je dier. Zeker niet als er ook nog zoveel fijne momenten zijn.
Toch kan het helpen om daar al eens over te praten, juist als het nog redelijk goed gaat.
Hoe gaat het écht met je lieveling? Zijn er dingen die ongemak of pijn veroorzaken? Wat kunnen we doen om het leven nog wat fijner te maken? En hoe herken je wanneer het misschien niet meer gaat?
Je hoeft niet meteen antwoorden te hebben. En praten over afscheid betekent ook niet dat je al een beslissing moet nemen.
Ik merk tijdens mijn consulten hoe fijn mensen het vinden om hun zorgen en twijfels te kunnen bespreken. Om samen te kijken naar wat hun dier nog nodig heeft, zonder dat er meteen iets besloten moet worden.
Want uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: dat onze liefste huisdieren het zo lang mogelijk goed hebben.
Liefs, Marloes
#MarloesZorgt #Levenskwaliteit #PalliatieveZorg #AfscheidVanJeHuisdier
Ouderdom is geen ziekte 💜
Oktober is de Maand van de Oudere Kat.
Minder springen, meer drinken, afvallen of ’s nachts onrustig zijn. We schrijven zulke veranderingen gemakkelijk toe aan ouderdom.
Maar achter deze signalen kan ook een aandoening schuilgaan waarvoor behandeling of ondersteuning mogelijk is.
Katten laten pijn en ongemak vaak subtiel zien. Daarom is het zo belangrijk om veranderingen in hun gedrag serieus te nemen.
Blader door de foto’s en ontdek welke signalen extra aandacht verdienen.
Want het gaat niet alleen om hoe oud je kat wordt, maar vooral om hoe fijn hij die jaren beleeft.
#MaandVanDeOudereKat #OudereKat #Kattenwelzijn #Levenskwaliteit #MarloesZorgt
Springt je kat minder? Denk aan artrose!
Springt je kat niet meer op de vensterbank, neemt hij de trap minder vaak of aarzelt hij voordat hij ergens op springt? Dat kan wijzen op artrose. Katten laten gewrichtspijn vaak subtiel zien en lopen lang niet altijd zichtbaar kreupel.
Gelukkig kunnen pijnstilling en kleine aanpassingen in huis veel verschil maken.
Valt je kat af, maar eet hij nog goed?: Denk aan hyperthyreoïdie of diabetes!
Gewichtsverlies hoort niet zomaar bij ouderdom. Zeker wanneer je kat goed of zelfs meer eet dan vroeger, is het belangrijk om verder te kijken. Een te snel werkende schildklier of diabetes kan bijvoorbeeld de oorzaak zijn. Met bloedonderzoek kunnen we vaak al veel duidelijkheid krijgen.
Miauwt je kat ‘s nachts vaker?: Denk aan cognitieve veranderingen, hypertensie of pijn!
Wordt je kat ‘s nachts onrustig, miauwt hij meer of lijkt hij soms de weg kwijt? Dat kan passen bij cognitieve achteruitgang, maar ook bij pijn, een te snel werkende schildklier of een hoge bloeddruk.
Schrijf dit gedrag dus niet zomaar toe aan ouderdom. Een lichamelijk onderzoek, bloeddrukmeting en eventueel aanvullend onderzoek kunnen helpen om behandelbare oorzaken op te sporen.
Drinkt en plast je kat meer?: Denk aan nierziekte, diabetes of hyperthyreoïdie!
Een oudere kat die ineens vaker bij de waterbak staat of grotere plassen produceert, verdient extra aandacht. Dit kan een vroeg signaal zijn van verschillende aandoeningen, waaronder chronische nierziekte.
Met bloed- en urineo
In een artikel van @brabants_dagblad van vandaag wordt aandacht besteed aan iets wat ik in mijn werk iedere dag zie: afscheid nemen van een huisdier wordt steeds persoonlijker.
Niet alleen de keuze voor een afscheid thuis, maar ook wat er daarna gebeurt. Nog even samen zijn. Zelf je dier naar het crematorium brengen. Aanwezig zijn bij de crematie. Een bijzondere plek kiezen voor de as. Of juist heel bewust besluiten dat je niets tastbaars nodig hebt. Er bestaat geen draaiboek voor een goed afscheid. Wat voor de één troostend voelt, past voor een ander helemaal niet.
In het artikel mocht ik iets vertellen over mijn werk met MarloesZorgt, over thuis euthanasie en over de begeleiding die ik bied wanneer mensen twijfelen over de levenskwaliteit van hun dier. Juist in die laatste levensfase probeer ik ruimte te maken voor rust, tijd en keuzes die passen bij het dier én bij de mensen die van hem of haar houden.
Mooi dat daar steeds meer aandacht voor komt 💜 en stiekem ook een beetje trots om mijn eigen naam in de krant te zien.
Vandaag is het Dierendag 💜
Een dag om alle dieren een beetje extra in het zonnetje te zetten. De jonge, de oude, de gezonde en de dieren die wat extra zorg en liefde nodig hebben.
Maar ook de dieren die we moeten missen. Die niet meer naast ons lopen, maar voor altijd een bijzonder plekje in ons hart hebben.
Ik wens alle dieren en hun baasjes een liefdevolle Dierendag. Geniet van elkaar, van de kleine momenten en van alle mooie herinneringen die jullie samen maken of hebben gemaakt.
Liefs,
Marloes 🐾
Wie ben ik om verdriet te hebben om mijn hond?
Gisteren zat ik tijdens een bijscholing over rouw en verlies tussen een groep psychosociale hulpverleners.
We kregen de opdracht om een recent verlies met elkaar te delen.
Om mij heen hoorde ik verhalen over het verlies van een zus. Van een kind. Verliezen waarvan ik onmiddellijk dacht: dát is pas rouwen.
En ik?
Ik zou over Takkie vertellen.
Mijn hond.
Ik voelde de spanning oplopen. Ik voelde me bijna bezwaard om mijn verdriet over hem mee te nemen in die ruimte.
Alsof mijn verdriet minder bestaansrecht had, omdat iemand anders iets had meegemaakt wat in mijn ogen veel erger was.
Op een gegeven moment zat ik met tranen in mijn ogen. Natuurlijk omdat ik Takkie miste, maar vooral door de spanning om erover te moeten vertellen.
En toen realiseerde ik me iets.
Ik vertel in mijn werk regelmatig dat rouw om een huisdier echte rouw is. Dat je je niet hoeft te verantwoorden omdat het “maar een hond” of “maar een kat” was.
En toch deed ik gisteren precies dat bij mezelf.
Ik was zelfs opgelucht dat ik mijn verhaal niet hoefde te delen met de vrouw naast mij. Zij had haar kind verloren.
Wie was ik om naast haar verdrietig te zijn om mijn hond?
Misschien zijn die verliezen helemaal niet met elkaar te vergelijken. Maar misschien hoeven we dat ook niet te proberen.
Rouw is geen wedstrijd.
En ineens begreep ik nog beter waarom zoveel mensen hun verdriet om een huisdier kleiner maken. Soms omdat anderen het niet begrijpen, maar soms ook omdat we zélf al voor de ander invullen dat ons verdriet er minder toe doet.
Gisteren moest ik mezelf daarom hetzelfde vertellen als wat ik de mensen die ik begeleid zo vaak probeer mee te geven:
Rouw om een huisdier is echte rouw.
De band was echt. De liefde was echt. En dus is ook het gemis echt.
Dat betekent niet dat ieder verlies hetzelfde is. Dat hoeft ook helemaal niet.
Verdriet hoeft geen plaats op een ranglijst te verdienen voordat het er mag zijn.
Takkie was mijn hond.
En ik mis hem.
Dat is genoeg.